We denken te verstaan wat de andere
zegt, maar eigenlijk maken we onszelf wat wijs. We maken ons een eigen beeld van
wat onze gesprekspartner zegt en het ergste van al is dat we niet eens checken
of dit wel klopt.
We zeggen : ja, ja dat is waar en al wat we doen is ‘onze eigen waarheid bevestigen’. Wat wil dat nu eigenlijk zeggen dat we begrijpen wat iemand bedoelt ? Begrijpen we echt wat de ander wil zeggen? Neen, we geven er zelf een invulling aan en stellen ons daarmee tevreden.
De babelse spraakverwarring ontwar je enkel door het stellen van ‘meta-vragen’.
We zeggen : ‘dat is toch normaal’ – maar wat is normaal en volgens wie zijn normen?
We zeggen : ‘zo is dat toch voor iedereen’ – maar is dat wel zo?
We zeggen : ‘zo hoort het toch’ – voor wie en volgens wie?
Onze taal is een bolwerk van veralgemeningen, weglatingen en vervormingen en daardoor begrijpen we elkaar niet. Concretiseren en verduidelijken is dus aan de orde.
Meestal menen we dan nog tijd te winnen door ‘kort van stof’ te zijn – een duidelijke boodschap vraagt aandacht – wat wil je nu precies als boodschap geven en welke woorden zijn de juiste woorden om deze boodschap over te brengen ? Pas je taal aan aan je gesprekspartner. Je kan dezelfde boodschap niet aan iedereen op dezelfde manier geven – een verschillend doelpubliek vraagt een ander taalgebruik en een andere toon.
Check goed of iemand echt begrepen heeft wat je gezegd hebt door hem te vragen wat de essentie is van wat hij gehoord heeft – verbazingwekkend hoe dit vaak niet overeenstemt met wat we bedoelden.
Als je je dus niet begrepen voelt, heeft dat vaak niets met slechte wil te maken, maar alles met het feit dat de andere een verschillende invulling geeft aan jouw woorden. Door een andere manier van formuleren of bevragen kan je vaak veel meer begrip verkrijgen.
We zeggen : ja, ja dat is waar en al wat we doen is ‘onze eigen waarheid bevestigen’. Wat wil dat nu eigenlijk zeggen dat we begrijpen wat iemand bedoelt ? Begrijpen we echt wat de ander wil zeggen? Neen, we geven er zelf een invulling aan en stellen ons daarmee tevreden.
De babelse spraakverwarring ontwar je enkel door het stellen van ‘meta-vragen’.
We zeggen : ‘dat is toch normaal’ – maar wat is normaal en volgens wie zijn normen?
We zeggen : ‘zo is dat toch voor iedereen’ – maar is dat wel zo?
We zeggen : ‘zo hoort het toch’ – voor wie en volgens wie?
Onze taal is een bolwerk van veralgemeningen, weglatingen en vervormingen en daardoor begrijpen we elkaar niet. Concretiseren en verduidelijken is dus aan de orde.
Meestal menen we dan nog tijd te winnen door ‘kort van stof’ te zijn – een duidelijke boodschap vraagt aandacht – wat wil je nu precies als boodschap geven en welke woorden zijn de juiste woorden om deze boodschap over te brengen ? Pas je taal aan aan je gesprekspartner. Je kan dezelfde boodschap niet aan iedereen op dezelfde manier geven – een verschillend doelpubliek vraagt een ander taalgebruik en een andere toon.
Check goed of iemand echt begrepen heeft wat je gezegd hebt door hem te vragen wat de essentie is van wat hij gehoord heeft – verbazingwekkend hoe dit vaak niet overeenstemt met wat we bedoelden.
Als je je dus niet begrepen voelt, heeft dat vaak niets met slechte wil te maken, maar alles met het feit dat de andere een verschillende invulling geeft aan jouw woorden. Door een andere manier van formuleren of bevragen kan je vaak veel meer begrip verkrijgen.